Particulieren

Beleggingsoutlook 2020

Kan monetair beleid wereldwijde groei stimuleren?

Quintet CIO Bill Street gaat nader in op de vraag of monetair beleid wereldwijde groei kan stimuleren.

Meer weten of onze Counterpoint publicatie ontvangen met onze visie voor 2020? Neem contact op via privatebanking@insingergilissen.nl of telefonisch via +31 (0)20 527 67 67.

De gangbare opvatting
De centrale banken hebben geen middelen meer om de wereldeconomie te stimuleren.

Over het algemeen richten de markten hun volledige aandacht op alles wat centrale banken te melden hebben. Door de huidige lage rentes hebben de centrale banken nauwelijks mogelijkheden om hun economieën te stimuleren. De onafhankelijkheid van de centrale banken wordt wereldwijd bedreigd door de opkomst van populistische politici. In de VS probeert president Trump de Fed meer via zijn Twitter-tijdlijn te beïnvloeden dan via zijn economische beleid.

De Europese munteenheid is gebaseerd op het idee dat de Duitse centrale bank begrotingscontrole en geloofwaardigheid naar de rest van Europa exporteert. Stevenen we soms op een nieuwe benadering van economisch beleid af nu er zowel bij de Fed als bij de ECB bestuurders aan het roer staan zonder economische achtergrond?

Het tijdperk van wereldwijde almachtige centrale banken begon op 15 augustus 1971, toen president Nixon de dollar loskoppelde van de goudkoers. Maar deze machtsperiode nadert zijn eind. Met name in Europa is deze kwestie van belang, omdat de centrale banken door de lage of negatieve rentes over weinig slagkracht beschikken om zich te wapenen tegen een economische schok of een periode van marktturbulentie. Bovendien neemt het effect van de huidige monetaire stimulans af, met name als het gaat om op stimulering van bedrijfsleningen. Omdat gewezen ECB-president Mario Draghi heeft toegezegd ‘alles te doen wat nodig is’ en hij zijn ‘QE voor altijd’ introduceerde tijdens zijn laatste beleidsvergadering (20 miljard euro aan obligatieaankopen per maand), heeft zijn  opvolgster Christine Lagarde waarschijnlijk niet veel speelruimte. Ook zal er weerstand ontstaan tegen verdere renteverlagingen; de boosheid onder consumenten groeit tegen wat men beschouwt als de monetaire confiscatie van spaargeld.

Het andere geluid
Budgettaire stimuleringsmaatregelen zijn de laatste strohalm.

Voorzitter Lagarde zou kunnen besluiten zich te richten op begrotingsbeleid, door regeringen te overtuigen om te investeren in infrastructuur en – met name – in groene technologie.

Op het eerste gezicht hoeft een ruimer Europees begrotingsbeleid niet controversieel te zijn. De kerninflatie blijft ver onder de 2%-doelstelling van de ECB en de overheidsfinanciën van veel landen zijn gezond. Zo kon Duitsland in 2018 een begrotingsoverschot van 60 miljard euro (1,8% van het BBP) op zijn conto schrijven.

Begrotingsbeleid kan een krachtig instrument zijn, maar door diepgewortelde culturele verschillen over solidariteit tussen generaties, en de rol die overheid in de samenleving speelt, heersen er grote meningsverschillen tussen de Europese landen. In de eurozone heerst de gedachte dat hogere overheidsuitgaven teniet worden gedaan door hogere besparingen, omdat mensen zich voorbereiden op onvermijdelijke hogere belastingen. In de VS gelooft men juist meer in begrotingsbeleid om de groei te stimuleren.

In de praktijk betekent goedkoop geld dat overheden meer kunnen uitgeven en goedkoop kunnen lenen. Daarbij moeten ze wel nadenken over hoe ze hun schuldenlast terugbrengen. Aan het einde van de rit zijn er drie opties om een schuldenprobleem op te lossen: inflatie, besparingsmaatregelen of groei. Inflatie is riskant omdat het uit de hand kan lopen. In de laatste tien jaar hebben we gezien dat besparingsmaatregelen geen effect hebben en populistische machthebbers in het zadel helpen. Groei is de beste oplossing, maar dat kost tijd. Vandaar het argument om de rentes langere tijd laag te houden.

Tegenwoordig liggen de mogelijkheid en de bereidheid van overheden om meer te lenen ver uit elkaar. De landen die tot een fiscale stimulans in staat zijn en deze zouden moeten toepassen willen het niet (zoals Duitsland), terwijl andere landen die graag meer willen uitgeven dat beter niet kunnen doen (zoals de VS). Hoe dan ook, de OESO heeft geconstateerd dat ontwikkelde landen in 2019 slechts 1,7% van hun gecombineerde BBP aan schulden hebben besteed. Dit is een diepterecord sinds 1975, na een piek van 3,9% halverwege de jaren negentig van de vorige eeuw. Dit laatste zal politici niet ontgaan zijn!